| Richtlijnen
voor invoerders
|
Op
veler verzoek gaan we een aantal richtlijnen opstellen voor invoerders.
Bij het maken van de CD hebben we gemerkt dat een aantal zaken door de
vrijwilligers nogal verschillend worden geïnterpreteerd, wat veel
tijd kost aan correctie en standaardisering. Misschien kunnen we dat
voorkomen door een aantal zaken af te spreken. Graag krijg ik dan ook
reacties op deze richtlijnen, en vooral opmerkingen over wat ontbreekt.
Al uw vragen graag naar Jo Hoen, via e-mail
of schriftelijk.
Technische
zaken blijven in deze rubriek voorlopig buiten beschouwing: dat is het
terrein van Arie Marchal. Vragen daarover moeten dus aan hem gericht
worden.
|
|
§
1. Schrijfwijze van namen.
Ten
overvloede nog maar eens: bij het invoeren moeten de familienamen
letterlijk uit het origineel worden overgenomen, dus echt zoals het er
staat. Dat geldt ook voor plaatsaanduidingen. Als u zeker weet dat wat
er staat, niet juist is of tot verwarring kan leiden, kunt u dat
aangeven in het veld opmerkingen. Een voorbeeld: U komt in het
doopregister herhaaldelijk een Jan Ramakers tegen, maar bij één
inschrijving Jan Senden. Hij blijkt de zoon van Alexander te zijn, wiens
roepnaam (vulgo!) Send is. Daarvandaan het gebruik van het patronymicum
(= vadersnaam) Senden. U moet dan toch Senden invullen, maar kunt bij de
opmerkingen vermelden dat de familienaam eigenlijk Ramakers is.
Hetzelfde geldt voor aliasnamen of beroepsaanduidingen als "d'r bruër",
"der sjmeedt", "der mulder" etcetera.
De
familienaam moet zowel bij de dopeling als bij de vader worden ingevuld.
Meestal is dat dezelfde, maar vooral bij onwettige kinderen kan hij
verschillend zijn. Als in het register twee verschillende
schrijfwijzen bij vader en kind worden gehanteerd, moeten ze ook
verschillend worden opgenomen.
Voor
voornamen in principe hetzelfde, met dien verstande dat de
naamvalsvormen tot de eerste naamval moeten worden teruggebracht. Daar
hoeft u zich overigens niet echt druk over te maken omdat dergelijke
varianten in het "grote", samengevoegde bestand vrij
gemakkelijk te vereenvoudigen zijn. Ook afkortingen kunnen beter
opgelost worden, maar in geval van twijfel is het het beste om zo
letterlijk mogelijk weer te geven wat er staat.
Als u iets niet kunt lezen, zet dan bij voorkeur een vraagteken. Liever
geen mogelijke oplossingen tussen haakjes; die worden naar het
opmerkingenveld verwezen. Voor datumproblemen zijn technische
oplossingen bedacht; zie daarvoor Help
onder F1.
|
| §
2. Standaardnamen.
Om
het zoeken op de CD te vergemakkelijken, wordt gebruik gemaakt van
Standaardnamen. Gewone zijn samengesteld door de computer, Toegekende
zijn aangewezen door genealogen van de Stichting LGA. Het is een
hulpmiddel, niet meer en niet minder.
Voor
alle duidelijkheid: een gegevensbron - en dat willen onze bestanden in
GRIS en op de CD zijn - mag niet "besmet" worden met
interpretaties! Het interpreteren van de gegevens moet worden overgelaten
aan de genealoog of historisch onderzoeker! Een computer kan veel, en we
kunnen hem ook veel leren, maar de eindbeslissing en de
verantwoordelijkheid voor de interpretatie blijft bij de mens liggen.
Daarvandaan hameren we telkens op het exact invoeren van de gegevens.
Het
toekennen van standaardnamen berust dan ook niet op de gedachte dat iemand
tot een bepaalde familie behoort. De bedoeling ervan is de onderzoeker de
mogelijkheid te bieden alle relevante gegevens terug te vinden, en niets
iets over te slaan omdat er van de naam nog een variant bestaat waar hij
niet aan gedacht heeft. Natuurlijk zal hij dan ook gegevens voorgeschoteld
krijgen, die voor hem niet van belang zijn, maar hij kan die eruit
schiften. Het terugvinden van patronymica en aliasnamen is inmiddels al
vereenvoudigd, doordat men ook op de moeder of op getuigen kan zoeken! En
een beetje moeite mag het toch wel kosten, want als stambomen via een druk
op de knop kunnen uitgehoest worden, verliest het genealogisch onderzoek
toch wel een groot deel van zijn charme.
Bij
voornamen brengen standaardnamen andere problemen met zich mee. De mensen
gebruikten in het dagelijks leven natuurlijk geen Latijnse vormen van
hun naam; ze kenden die soms niet eens. De pastoor koos vaak een passende
heilige bij de naam die hem werd opgegeven. Maar niet iedereen koos
dezelfde oplossing. Zo "vertaalt" de ene pastoor Geel in
Michael, de andere in Aegidius: Mees wordt Bartholomeus of Remigius, Janus
wordt Sebastianus of Joannes,
Eutgen wordt Oda of Ida, Neulken wordt Petronella of Cornelia. We kennen
de Latijnse vorm toe aan de varianten, wat inhoudt dat men Geel zowel
onder Michael als onder Egidius terugvindt. Een onderzoeker met enige
ervaring zal onder beide standaardnamen zoeken!
Voor
Standaardnamen wordt de eenvoudigste vorm gekozen: dus meestal de meest
"uitgeklede". Alle voorvoegsels en andere toevoegingen
verdwijnen. Overbodige letters worden weggelaten: 'ae' wordt
bijvoorbeeld 'a'', 'ck' wordt 'k', 'sz' wordt 's'. Wie denkt dat hem op
die manier toch nog iets ontgaat, kan altijd nog via de "Soundex"-
methode zoeken.
Zoals boven uiteengezet, hoeft u zich niet druk te maken over
Standaardnamen. Als u het toch wilt doen voor eigen gebruik, is dat geen
probleem. U moet er wel rekening houden dat wij ze wellicht niet zullen
overnemen, ook al omdat voor ons plaatselijke varianten niet relevant
zijn.
Bij het toekennen worden ook verkeerde naamvallen en afkortingen
ondervangen. Dus Joes is terug te vinden onder Joannes, Mra onder Maria,
Annae onder Anna, Agnetis onder Agnes. Natuurlijk zullen ook hier niet
alle denkbare mogelijkheden in eerste instantie worden gevangen, maar
indexeren is tenslotte niets anders dan het zo goed mogelijk
vergemakkelijken van het onderzoek en niet de ultieme beantwoording van
alle vragen
In de volgende paragraaf zal worden ingegaan op het Latijn en zijn
naamvallen. Die paragraaf zal worden opgenomen op de webpagina van Arie
Marchal (http://www.gendawin.nl) en daarna in het volgende GRISNEWS.
Inmiddels houd ik mij aanbevolen voor op- en aanmerkingen, graag naar:
johoen@kpnplanet.nl
of naar Wilhelminastraat 16-27, 6131 KN Sittard |
| §
4 Werkwoorden in het Latijn
Het is niet mijn bedoeling om alle
vormen van het werkwoord hier te behandelen; daarvoor verwijs ik naar een
spraakkunst. De meest voorkomende vormen zijn vaak terug te vinden in
woordenboekjes en/of woordenlijsten. In de teksten waar wij bij het
invoeren te maken krijgen, komen bepaalde werkwoordsvormen wel voor.
Vandaar een (zeer) beknopte uitleg. Het
Latijn maakt weinig gebruik van persoonlijke voornaamwoorden; alleen als
ergens de nadruk op gelegd moet worden.
We
treffen dan aan vormen als:
| |
ik |
jij |
hij |
zij |
het |
wij |
jullie |
zij |
| 1e naamval |
ego |
tu |
is |
ea |
id |
nos |
vos |
ei |
| 2e
naamval |
mei |
tui |
ejus |
|
|
nostrum |
vestrum |
eorum |
| 3e
naamval |
mihi |
tibi |
eo |
|
|
nobis |
vobis |
|
| 4e
naamval |
me |
te |
eum |
eam |
eum |
nos |
vos |
|
| 5e naamval |
me |
te |
eo |
|
|
nobis |
vobis |
|
|
Het
werkwoord wordt vervoegd, aan de vervoeging ziet men welke persoon bedoeld
is. Als voorbeeld het (onregelmatige) werkwoord zijn
| |
enkelvoud |
meervoud |
| 1e persoon |
sum |
ik ben |
sumus |
wij zijn |
| 2e persoon |
es |
jij bent |
estis |
jullie zijn |
| 3e persoon |
est |
hij is |
erunt |
zij zijn |
|
In onze teksten wordt bijna uitsluitend
van de eerste of derde persoon gebruik gemaakt.
Baptizavi
= ik heb gedoopt, conjunxi = ik heb verbonden, contraxerunt = zij hebben
gesloten, obiit = hij is gestorven, solvit = hij heeft betaald, debet =
hij is schuldig, stetit = hij heeft gestaan (bijv. als doopgetuige voor
iemand anders), dixit = hij heeft gezegd, nominavit = heeft genoemd.
|
| Veel
gebruik wordt gemaakt van het onvoltooid deel woord, dat normaliter wordt
samengesteld uit de stam van het werkwoord en -ens. In het Nederlands
komen we nogal wat van die woorden tegen: |
| agere = handelen |
agens
= handelend [agent] |
| docere = onderwijzen |
docens = onderwijzend [docent] |
|
ambulare = wandelen |
ambulans = rondwandelend [ambulant,
ambulance] |
|
declarare = verklaren |
declarans = verklarend [declarant] |
|
preesse = aanwezig zijn |
presens = aanwezig [present] |
|
laborare= werken |
laborans
= werkend, strijdend met een ziekte [laborant] |
|
levare = opheffen |
levans
= verheffend [levantes = doopheffers] |
|
tenere= houden
|
locum tenens = plaats houdend [plaatsvervanger bij doop] |
|
predicare = voorschrijven |
predicans = voorschrijdend [predikant] |
|
presidere = voorzitten
|
presidens = voorzittend [president] |
|
residere = verblijven
|
residens
= wonend [resident] |
|
scribere = schrijven
|
scribens
= schrijvend [scribent] |
|
servare = dienen
|
sevans
= dienend [servant] |
|
vivere = leven |
vivens = levend |
|
|
|
| |
|